In mijn blog “kinderalimentatie in de knel bij schulden?” (25-09-2023) ben ik ingegaan op de mogelijke gevolgen als een ouder niet meer aan zijn verplichtingen voor het betalen van kinderalimentatie kan of wil voldoen en het voornemen van de overheid om de invordering van kinderalimentatie een hogere rangorde te geven.
Op 19 november 2024 heeft de Eerste Kamer de ‘Wet preferente status kinderalimentatieschuld’ aangenomen. Met dit wetsvoorstel wordt de kinderalimentatie preferent. Dit houdt in dat de kinderalimentatie voorrang op veel andere schulden krijgt als er meerdere schuldeisers zijn.
Deze wet is per 1 juli 2025 van kracht geworden.
Het heeft wel erg lang geduurd voordat deze wet ”eindelijk” van kracht ging worden. Vanuit de Tweede Kamer is al jarenlang de wens geuit om aan de vordering ter zake van verschuldigde kinderalimentatie een preferente status te geven. Al in november 2008 is een motie aangenomen waarin werd verzocht de alimentatiewetgeving zodanig te wijzigen dat de kinderalimentatievordering preferent wordt.
In februari 2015 is een initiatiefwetsvoorstel herziening kinderalimentatie aanhangig gemaakt. Onderdeel van dit voorstel was het toekennen van preferentie aan de kinderalimentatievordering, zodat deze zou prevaleren boven consumptieve uitgaven en de zorg voor het kind te allen tijde voor zou gaan op betaling van concurrente schulden. Dit initiatiefwetsvoorstel heeft sinds oktober 2016 stilgelegen en is op 17 mei 2022 door de Tweede Kamer vervallen verklaard.
Op vrijdag 15 september 2023 (de ‘Dag van de Scheiding’ ), werd bekend gemaakt dat nu alsnog spoedig een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer zal worden ingediend, met als doel dat ouders die recht hebben op kinderalimentatie meer en eerder geld krijgen om voor de kinderen te zorgen, als er meerdere schuldeisers zijn. Op 19 november 2024 heeft de Eerste Kamer de ‘Wet preferente status kinderalimentatieschuld’ aangenomen, die dan nu per 1 juli 2025 van kracht is geworden.
Een voordeel van een wettelijk voorrecht voor kinderalimentatie is dat dit voor de alimentatiegerechtigde ouder of het LBIO – als deze de inning heeft overgenomen – betekent dat zij voorrang krijgen bij de inning van de alimentatievordering boven de overige schuldeisers.
Als er meerdere schuldeisers zijn die hun vordering proberen te innen, maakt de alimentatiegerechtigde ouder met voorrang aanspraak op betaling en heeft hij/zij daarmee een grotere kans de alimentatie te ontvangen.
Als de achterstallige alimentatie op die manier sneller wordt ingelopen, heeft de alimentatieplichtige als voordeel dat hij te maken krijgt met minder of geen kosten voor de inning van de achterstallige kinderalimentatie.
Betekent dit dan de inning van kinderalimentatie voor gaat op alle schuldeisers?
Nee, dat is niet het geval. Ook andere schuldeisers kunnen een preferente vordering hebben. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de overheid en het UWV. De rangorde van preferente schuldeisers hangt af van het soort schuld en hoe en wanneer deze is ontstaan.
En dan zijn er ook nog zogenaamde separatisten, die geen rekening hoeven te houden met andere (preferente) schuldeisers. Dit zijn bijvoorbeeld bij huiseigenaren de geldverstrekker van de hypotheek (hypotheekrecht), of een schuldeiser waarbij bijvoorbeeld bezittingen in onderpand zijn gegeven (pandrecht).
Maar het krijgt wel voorrang boven de andere, zogenaamde concurrente, schuldeisers. Om u daarvan een idee te geven: het verhalen van de kinderalimentatievordering heeft nu een vergelijkbare rang als het verhalen van een bijstandsuitkering door de gemeente.
Het is dus wel een aanmerkelijke verbetering, maar wel één met een heel lange voorbereidingstijd van langer dan 15 jaar.
Wilt u weten hoe het in uw situatie zit? Neem dan gerust contact met mij op. Ik help u graag.
