Per 1 januari 2025 worden de bedragen voor levensonderhoud (alimentatie) verhoogd met 6,5 procent.
Het is het tweede jaar op rij dat het percentage boven de 6% ligt.
Dat is, naast vorig jaar met 6,2%, in het verleden maar vier keer eerder voorgekomen. Dat was in de jaren 1976 (13%) 1977 (7%) 1978 (8%) en 1983 (6,4%).
Het gemiddelde percentage vanaf 1975 tot 2025, dus over de afgelopen 50 jaar en inclusief de “topjaren”, is een stuk lager, namelijk net geen 3%.
De wet schrijft voor dat de verhoging van de alimentatie gelijk moet zijn aan de gemiddelde stijging van de lonen in Nederland van dat jaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent dit gemiddelde en het percentage wordt vervolgens vastgesteld door de Minister van Justitie en Veiligheid.
Basaal komt het er op neer dat het de bedoeling is dat het oorspronkelijk vastgestelde bedrag aan kinder- en/of partneralimentatie gelijke pas houdt met de gestegen prijzen.
Feitelijk is het dus een soort inflatiecorrectie.
Maar dit percentage van 6,5% staat wel in schril contrast met de “consumentenprijsindex alle huishoudens” van het CBS van oktober 2023 – oktober 2024. Die is namelijk 2,58%.
Dit indexcijfer geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door alle huishoudens in Nederland.
Er is dus sprake van koopkrachtstijging, als je salaris met meer dan 2,58% is gestegen.
Oei, maar wat als het salaris onder de gemiddelde stijging van de lonen is gebleven?
Dan kan de wettelijke indexering van de alimentatie een koopkrachtdaling betekenen voor de alimentatieplichtige.
De alimentatieplichtige is dan toch verplicht om de verhoging te betalen, tenzij deze dat anders overeenkomt met de ex-partner.
Als dat overleg niet tot het gewenste resultaat voor de alimentatieplichtige leidt, kan de weg naar de rechter gevolgd worden. Maar het wijzigen van de alimentatieverplichting op grond van de indexering op zichzelf, zal naar alle waarschijnlijkheid voor de rechter onvoldoende zijn voor een relevante wijziging van omstandigheden als bedoeld in art. 1:401 BW.
Maar wellicht zijn er meer omstandigheden gewijzigd, bijvoorbeeld inkomenswijzigingen van de alimentatiegerechtigde, wijzigingen in de zorgregeling etc. die in aanmerking worden genomen bij de beoordeling door de rechter.
Ook om een onzekere uitkomst voor beide partijen door een gang naar de rechter te voorkomen, heeft overleg met begrip voor elkaars (financiële) omstandigheden veruit de voorkeur.
Op de pagina https://kolkmediation.nl/indexatie-alimentatie/ kunt u eenvoudig het nieuwe bedrag vaststellen door het huidige bedrag bij het juiste jaartal in te geven.
