Slider

Jaarlijks wordt op 20 november de internationale Dag voor de Rechten van het Kind gevierd. Op deze datum in 1989 hebben de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen.

Net als vrijwel alle landen, heeft Nederland (in 1995) het Kinderrechtenverdrag ondertekend, en moet het zich hieraan houden, o.a. door de wetgeving hierop aan te passen. In dit Kinderrechtenverdrag is bijvoorbeeld geregeld dat het belang van het kind altijd voorop moet staan, bij alle maatregelen die kinderen aangaan. Zo moet de overheid het welzijn van alle kinderen bevorderen en toezicht houden op alle voorzieningen voor de zorg en de bescherming van kinderen (artikel 3).

De taak van de ouders wordt hierin terecht erg belangrijk gevonden. De overheid moet dan ook de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van ouders en voogden respecteren. Vooral zij moeten het kind (bege)leiden in de uitoefening van zijn of haar rechten op een manier die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind (artikel 5).

En hoe is dit dan geborgd als ouders gaan scheiden? 

Dit verandert niet, ook niet als ouders gescheiden zijn. Ieder kind heeft ook dan ook het recht om bij de ouders te leven en op omgang met beide ouders, als deze gescheiden zijn, tenzij dit niet in het belang van het kind is. In procedures hierover moet naar de mening van het kind en de ouders worden geluisterd (artikel 9).

Dit wordt in een apart artikel nog eens nadrukkelijk benadrukt. Het kind heeft het recht zijn of haar mening te geven over alle zaken die het kind aangaan. De overheid moet er voor zorgen dat het kind die mening kan uiten en dat er voor hem of haar geluisterd wordt. Dus ook in gerechtelijke procedures, zoals een scheidingsprocedure (artikel 12).

Beide ouders zijn (en blijven ook na de scheiding) verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Het belang van het kind staat hierbij voorop. De overheid respecteert de eerste verantwoordelijkheid van ouders en voogden, geeft hen ondersteuning en creëert voorzieningen voor de zorg van kinderen, ook voor kinderopvang als beide ouders werken (artikel 18).

Dat dit Kinderrechtenverdrag ook in de Nederlandse wetgeving en centrale plaats heeft gekregen, blijkt onder andere uit het feit dat het voor alle ouders, dus ook voor samenwonende ouders, verplicht is een ouderschapsplan op te stellen, als zij uit elkaar gaan.

In dit ouderschapsplan moeten tenminste de volgende onderwerpen zijn opgenomen:

  • De woon- en verblijfplaats van de kinderen;
  • Hoe u de zorg- en opvoedtaken tussen u als ouders verdeelt;
  • Hoe u samen belangrijke beslissingen over de kinderen neemt;
  • Hoe u elkaar informeert over uw kind;
  • Hoe u de kosten van de verzorging en opvoeding verdeelt.

Maar ook: hoe u de kinderen hebt betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan.

De impact van een scheiding op kinderen wordt maar al te vaak onderschat. Voor kinderen is het erg belangrijk dat zij zich al vóór de daadwerkelijke scheiding gehoord, begrepen en gesteund voelen in wat voor hen, op hun leeftijd, belangrijk is. Zie voor meer informatie hierover de pagina KIES elders op mijn website.

Wilt u meer weten over hoe u een ouderschapsplan moet opstellen en de kinderen hierbij het beste kunt betrekken? Neemt u dan gerust contact met mij op.